'Wááát? Heb je nou nog steeds geen vriendje? Heb je bindingsangst ofzo?' Een bekende in de supermarkt die zijn vragen op me afvuurt, knippert ongelovig met zijn ogen. Ik word er spontaan lacherig van. 'Als ik nou 35 was had ik me misschien een beetje zorgen gemaakt maar... Nee, ik ben nog steeds ontzettend vrijgezellig', grijns ik.
Toch verdwijnt die grijns tien tellen later wanneer ik met m'n karretje verder loop en koortsachtig nadenk over het wel of het niet hebben van een liefdesrelatie. Bijna begin ik te denken dat ik niet spoor. Totdat ik mezelf wakker schud met de gedachte: ben je gek, je bent 21, geen 41. En dan nog. Áls ik 41 was geweest en nog steeds als happy single door het leven danste... Wat is daar dan mis mee? Als dat een eigen keuze is, dan is dat toch goed? Tevreden met dit inzicht wandel ik de supermarkt uit.
Maar het zet me wel aan het denken. Wat is dat toch dat iedereen vindt dat je een relatie moet hebben? Liefst al vóór je 24e, zodat je daarna snel een huis kunt kopen en kindjes kunt maken. Tv programma's als 'Wie trouwt mijn zoon' bevestigen nog eens extra dat het abnormaal is om geen relatie te hebben. Maar wie bepaalt dat? Wie zegt ik - of iemand anders - de rest van zijn of haar leven met een ander moet delen? Terwijl je misschien prioriteit legt bij een carrière, een verre reis of 'gewoon' geen behoefte hebt aan iemand die zich de hele dag met jouw leven bemoeit. Begrijp me niet verkeerd, ik heb niks tegen relaties. Maar ik vind het wel verschrikkelijk irritant dat mensen elkaar in een bepaald plaatje willen duwen. Het plaatje: man/vrouw, huis, auto, kind, baan. En als je niet aan dat plaatje voldoet tel je niet mee. Het is hetzelfde als dat je eigenlijk niet meetelt als je niet studeert, als je niet op kamers woont, als niet meteen op je 18e je rijbewijs haalt, als je niet minstens 2x per jaar in een ver oord vakantie viert, als je niet voor je studie naar het buitenland reist. En eerlijk is eerlijk, ik betrap mezelf ook wel eens op dit soort vooroordelen. Om dan later maar te denken: als iedereen de dingen doet omdat hij of zij zich er goed bij voelt, dan is het goed. Weg met de standaard keurslijven, we leven in 2011. Een vriendin vertelde me een interessant verhaal over een meisje dat ze had ontmoet in Zuid-Amerika. Het meisje wilde later absoluut geen kinderen krijgen. Puur omdat ze vond dat er al genoeg mensen op deze aardbol rondlopen. Als ze het al wilde, wilde ze een kindje adopteren. Een bijzonder voorbeeld van iemand die haar leven heel anders wilde uitstippelen, stoer!
En terwijl ik een paar weken filosofeer over relaties, schiet er ineens een opmerking door m'n hoofd die een paar jaar geleden gemaakt werd. Ik was 17 en had een vriendje. Een kennis zei toen: 'Och kind, zou je dat nou wel doen? Je kan toch je hele leven nog een relatie hebben?' Ik glimlach en sta weer met beide beentjes op de grond. Het is ook nooit goed.
Blogs van Marlous
zaterdag 10 september 2011
donderdag 24 februari 2011
En een prettige dag nog verder
Bijna vijf jaar geleden stapte ik op een lentedag in 2006 de plaatselijke Deka supermarkt in om te vragen ‘of ze misschien nog personeel nodig hadden’. Waarna ik met een onzeker lachje stond te wachten op het nieuwtje dat ik was aangenomen. Ik ben nu niet alleen vijf jaar, maar ook twee bedrijfsleiders, drie afdelingen, tientallen leidinggevenden, honderden collega’s, miljoenen artikelen en miljarden klanten verder. Zo ondertussen hoor ik tot Deka’s meubilair, dus het werd ook wel eens tijd om op te stappen. Maar gek is het wel. Ineens zeg ik alle collega’s en klanten en mijn complete zaterdagritueel gedag. Tot ziens. En een prettige dag nog verder.
Onlangs had ik het er met een collega over dat je allereerste bijbaantje meer met je doet dan je verwacht. Want in de loop der tijd leer je jezelf kennen (dit werk wil ik dus niét mijn hele leven doen), word je een tikkeltje volwassener (als het goed is) en leer je omgaan met collega’s en mensen in het algemeen. En eerlijk is eerlijk; ik heb me in het begin hardop afgevraagd wat er in een supermarkt te leren viel, behalve dan hoe een kassa werkt. Maar wat centraal stond, is dat ik alle soorten mensen van de samenleving met hun boodschappenkar voorbij zag crossen. Gehaaste zakenmannen, pubers, huisvrouwen met jengelende baby’s, kleine kinderen, opa’s en oma’s, homo’s, travestieten, wanhopige vrijgezellen, zwervers, miljonairs, tieners, sneaky dieven en alles eromheen en ertussenin. Dat het werk simpel is, heb ik ondertussen vaak genoeg gehoord, maar ik kan ook zeggen dat het heel wat geduld vergt om al deze klanten in alle soorten en maten met een goed gevoel de winkel uit te laten gaan.
Het werk was lachen, het werk was huilen. Mensen kunnen nu eenmaal de beste grappen maken, maar ook de meest denigrerende opmerkingen ooit. Er zijn dagen geweest dat ik achter de kassa zat terwijl het stoom uit m’n oren kwam (“Jij bent wel een beetje dom, meisje!”) en twee seconden later van m’n kassastoel viel van het lachen (“Wat is jouw collega een lekker stuk belegen kaas!”). De meest gehoorde ‘grap’, die vijf jaar later nog steeds niet grappig is, komt trouwens écht m’n neus uit: “Wilt u de kassabon mee?” “Nee, plak maar in je plakboek”. Houd die maar gewoon voor je. En ook zet ik nog elke keer dat ik het hoor vraagtekens bij de opmerking “Ben je open?” Ik zou persoonlijk voor een iets andere woordkeuze gaan om aan de caissière te vragen of de kassa geopend is...
Ten slotte gaat de meeste eer uit naar mijn collega’s. Het alsof ik in een soort Deka familie terecht kwam, met aan het opperhoofd een paar gangmakers en daaronder allemaal ‘volgelingen’ tussen de 15 en 20 jaar, die wel van een goed feestje hielden. Ik heb heel wat liefdes zien opbloeien (en kapot zien gaan), fantastische feestjes gevierd en heel wat avonden na werktijd in het fietsenhok doorgebracht. Nu is het goed om dat vertrouwde allemaal achter me te laten en aan iets nieuws te beginnen. Maar mocht ik later op een saai kantoor zitten, dan zal ik met een dikke grijns terugdenken aan de tijden dat ik tussen het wc-papier de sappige Deka-roddels besprak. Tot die tijd zeg ik alleen; bedankt allemaal, en tot ziens!
En een prettige dag nog verder.
Onlangs had ik het er met een collega over dat je allereerste bijbaantje meer met je doet dan je verwacht. Want in de loop der tijd leer je jezelf kennen (dit werk wil ik dus niét mijn hele leven doen), word je een tikkeltje volwassener (als het goed is) en leer je omgaan met collega’s en mensen in het algemeen. En eerlijk is eerlijk; ik heb me in het begin hardop afgevraagd wat er in een supermarkt te leren viel, behalve dan hoe een kassa werkt. Maar wat centraal stond, is dat ik alle soorten mensen van de samenleving met hun boodschappenkar voorbij zag crossen. Gehaaste zakenmannen, pubers, huisvrouwen met jengelende baby’s, kleine kinderen, opa’s en oma’s, homo’s, travestieten, wanhopige vrijgezellen, zwervers, miljonairs, tieners, sneaky dieven en alles eromheen en ertussenin. Dat het werk simpel is, heb ik ondertussen vaak genoeg gehoord, maar ik kan ook zeggen dat het heel wat geduld vergt om al deze klanten in alle soorten en maten met een goed gevoel de winkel uit te laten gaan.
Het werk was lachen, het werk was huilen. Mensen kunnen nu eenmaal de beste grappen maken, maar ook de meest denigrerende opmerkingen ooit. Er zijn dagen geweest dat ik achter de kassa zat terwijl het stoom uit m’n oren kwam (“Jij bent wel een beetje dom, meisje!”) en twee seconden later van m’n kassastoel viel van het lachen (“Wat is jouw collega een lekker stuk belegen kaas!”). De meest gehoorde ‘grap’, die vijf jaar later nog steeds niet grappig is, komt trouwens écht m’n neus uit: “Wilt u de kassabon mee?” “Nee, plak maar in je plakboek”. Houd die maar gewoon voor je. En ook zet ik nog elke keer dat ik het hoor vraagtekens bij de opmerking “Ben je open?” Ik zou persoonlijk voor een iets andere woordkeuze gaan om aan de caissière te vragen of de kassa geopend is...
Ten slotte gaat de meeste eer uit naar mijn collega’s. Het alsof ik in een soort Deka familie terecht kwam, met aan het opperhoofd een paar gangmakers en daaronder allemaal ‘volgelingen’ tussen de 15 en 20 jaar, die wel van een goed feestje hielden. Ik heb heel wat liefdes zien opbloeien (en kapot zien gaan), fantastische feestjes gevierd en heel wat avonden na werktijd in het fietsenhok doorgebracht. Nu is het goed om dat vertrouwde allemaal achter me te laten en aan iets nieuws te beginnen. Maar mocht ik later op een saai kantoor zitten, dan zal ik met een dikke grijns terugdenken aan de tijden dat ik tussen het wc-papier de sappige Deka-roddels besprak. Tot die tijd zeg ik alleen; bedankt allemaal, en tot ziens!
En een prettige dag nog verder.
Abonneren op:
Berichten (Atom)

